De laadtijd van een elektrische auto loopt uiteen van ongeveer een halfuur bij een geschikte snellader tot meer dan twintig uur via een gewoon stopcontact. Voor een bruikbare schatting kijk je eerst naar drie gegevens: hoeveel kilowattuur de accu nodig heeft, welk laadvermogen de auto accepteert en hoeveel vermogen het laadpunt werkelijk levert. De laagste van de laatste twee waarden bepaalt grotendeels de snelheid.
Een accu hoeft bovendien zelden van helemaal leeg naar volledig vol. Wie onderweg bijlaadt van 20 naar 80 procent, is veel sneller klaar dan iemand die thuis van 10 naar 100 procent laadt. Vooral boven ongeveer 80 procent kan het laadvermogen afnemen om de accu te beschermen.
Van stopcontact tot snellader: gebruikelijke laadtijden
Onderstaande tijden zijn globale ordes van grootte. Ze gaan uit van een elektrische auto die het genoemde vermogen ondersteunt en van een laadpunt dat dit vermogen ook kan leveren.
- Via een gewoon stopcontact met ongeveer 2,3 kW duurt een grote laadbeurt vaak 20 tot 35 uur.
- Met een thuislader van 3,7 kW duurt dezelfde laadbeurt vaak 12 tot 20 uur.
- Bij 7,4 kW is ongeveer 6 tot 10 uur gebruikelijk.
- Een driefasenlader van 11 kW kan een flinke laadbeurt meestal in ongeveer 4 tot 7 uur afronden.
- Bij 22 kW kan dat theoretisch in ongeveer 2 tot 4 uur, maar veel elektrische auto’s kunnen via wisselstroom maximaal 11 kW ontvangen.
- Aan een DC-snellader duurt laden van ongeveer 20 naar 80 procent bij een passende auto en laadpaal vaak 20 tot 45 minuten.
Deze bereiken zijn geen vaste producteigenschappen. Een auto met een kleine accu kan aan een bescheiden laadpunt eerder klaar zijn dan een model met een veel grotere accu aan een krachtigere lader. Ook het maximale getal op een snellader zegt niet automatisch wat jouw auto gedurende de hele sessie ontvangt.
De laadtijd zelf berekenen
Voor laden met een redelijk gelijkmatig vermogen kun je deze eenvoudige berekening gebruiken:
benodigde energie in kWh ÷ effectief laadvermogen in kW = theoretische laadtijd in uren
Stel dat een accu een bruikbare capaciteit van 60 kWh heeft en van 20 naar 80 procent moet worden geladen. Je vult dan 60 procent van de capaciteit aan:
60 kWh × 0,60 = 36 kWh
Aan een laadpunt van 11 kW is de theoretische uitkomst:
36 kWh ÷ 11 kW = ongeveer 3,3 uur
In werkelijkheid duurt de sessie wat langer door laadverliezen, temperatuurregeling en kleine schommelingen in het vermogen. Reken bij AC-laden daarom niet op de theoretische uitkomst tot op de minuut. Als de auto slechts 7,4 kW kan ontvangen, moet je in de berekening 7,4 kW gebruiken, ook wanneer de laadpaal 11 of 22 kW aanbiedt.
Waarom dezelfde rekensom bij snelladen minder precies is
Bij DC-snelladen blijft het vermogen niet constant. Een auto kan kort een hoge piek bereiken en daarna terugregelen. De laadsnelheid hangt onder meer af van de accutemperatuur, de laadstatus en de laadcurve van het voertuig. Daardoor levert delen door het maximale piekvermogen een te optimistische uitkomst op.
Voor een geplande rit is de verwachte tijd voor bijvoorbeeld 10 tot 80 procent uit de routeplanner of laadweergave van de auto bruikbaarder. Controleer daarnaast in de handleiding of voertuiginstellingen wat het maximale AC- en DC-laadvermogen van het model is.
Het langzaamste onderdeel bepaalt de snelheid
De auto, laadkabel, laadpaal en elektrische aansluiting vormen samen één keten. Het onderdeel met de laagste capaciteit begrenst het laadvermogen. Een openbare AC-paal van 22 kW laadt een auto met een ingebouwde AC-lader van 11 kW dus niet sneller dan ongeveer 11 kW.
- Accepteert de auto 11 kW en levert het laadpunt 7,4 kW, dan laad je met maximaal 7,4 kW.
- Levert de laadpaal 22 kW maar accepteert de auto 11 kW, dan blijft het maximum ongeveer 11 kW.
- Kan een snellader 150 kW leveren terwijl de auto maximaal 80 kW ontvangt, dan is 80 kW de bovengrens en vaak slechts tijdelijk.
- Wordt het beschikbare vermogen gedeeld met een tweede laadpunt, dan kan de snelheid tijdens de sessie dalen.
Ook de boordlader speelt een belangrijke rol. Bij AC-laden zet deze stroom uit het laadpunt om voor de accu. Bij DC-snelladen vindt die omzetting grotendeels in de laadinstallatie plaats en gaat de gelijkstroom rechtstreeks naar het accusysteem. Daarom kan DC-laden veel krachtiger zijn dan AC-laden, mits de auto dat ondersteunt.
Waarom de laatste procenten relatief veel tijd vragen
Een accu laadt doorgaans niet van begin tot eind met hetzelfde vermogen. Bij een lage of middelhoge laadstatus kan de auto meer vermogen accepteren. Naarmate de accu voller raakt, verlaagt het accumanagement vaak de snelheid om warmte en celbelasting te beperken.
Onderweg is doorladen tot 100 procent daarom niet altijd de snelste reisstrategie. Als de actieradius het toelaat, kan stoppen rond 70 of 80 procent en later opnieuw kort laden minder reistijd kosten. Thuis ligt dat anders: daar kan de auto rustig enkele uren aangesloten blijven en is de exacte eindtijd meestal minder belangrijk.
Een laadlimiet van 80 procent betekent overigens niet dat iedere sessie precies even lang duurt. Laden van 20 naar 80 procent vraagt twee keer zoveel energie als laden van 50 naar 80 procent. Kijk dus altijd naar het verschil tussen begin- en eindpercentage.
Temperatuur en voorbereiding van de accu
Een koude accu kan tijdelijk minder snel laden, vooral bij een snellader. De auto gebruikt dan mogelijk een deel van de beschikbare energie om het accupakket op temperatuur te brengen. Bij hoge temperaturen kan het systeem het vermogen eveneens beperken om oververhitting te voorkomen.
Sommige elektrische auto’s kunnen de accu voorbereiden wanneer een snellader als bestemming in het ingebouwde navigatiesysteem staat. Of jouw model deze voorverwarming ondersteunt en hoe die wordt geactiveerd, verschilt per auto. Controleer dit in de voertuighandleiding of in het laadmenu. Alleen een laadlocatie in een losse telefoonapp selecteren activeert deze functie niet noodzakelijk.
Na een langere rit is de accu vaak gunstiger op temperatuur dan direct na een koude start. Dat kan verklaren waarom dezelfde auto bij dezelfde soort snellader de ene keer sneller begint dan de andere keer.
Een realistische planning voor thuis en onderweg
Voor thuisladen hoef je niet uitsluitend naar een volledige laadbeurt te kijken. Het dagelijkse verbruik is vaak belangrijker. Heb je sinds de vorige laadbeurt 15 kWh gebruikt en laad je effectief met 7,4 kW, dan bedraagt de theoretische aanvultijd iets meer dan twee uur. Met verliezen en vermogensschommelingen duurt het iets langer, maar de auto hoeft niet de hele nacht op vol vermogen te laden.
Gebruik voor je planning deze volgorde:
- Lees de bruikbare accucapaciteit en het maximale AC- of DC-laadvermogen van de auto na.
- Bepaal hoeveel procent je werkelijk wilt toevoegen. Vermenigvuldig dat aandeel met de accucapaciteit.
- Vergelijk het laadvermogen van de auto met dat van het laadpunt en reken met de laagste waarde.
- Tel bij AC-laden enige marge op voor verliezen en beperkingen van de installatie.
- Gebruik bij snelladen liever de verwachte aankomst- en vertrektijd van de auto, omdat de laadcurve sterk meeweegt.
Een laadpunt thuis moet passend zijn bij de elektrische aansluiting en de auto. Laat de installatie beoordelen en uitvoeren door een deskundige installateur. Structureel laden via een gewoon stopcontact is langzaam en vraagt om een geschikte, onbeschadigde aansluiting zonder geïmproviseerde verlengkabels. De handleidingen van auto en laadkabel geven aan welke laadwijze is toegestaan.
Als de auto duidelijk langzamer laadt dan verwacht
Vergelijk eerst het weergegeven vermogen met het maximum van zowel auto als laadpunt. Een lager vermogen hoeft niet op een defect te wijzen: een bijna volle of koude accu, gedeeld laadvermogen en een ingestelde laadlimiet kunnen de snelheid verlagen.
Controleer vervolgens of de auto een vertrektijd, stroombegrenzing of laadschema gebruikt. Bij thuisladen kan dynamische vermogensregeling het laden tijdelijk terugschakelen wanneer andere grote stroomverbruikers actief zijn. Blijft de snelheid bij meerdere geschikte laadpunten opvallend laag, noteer dan laadpercentage, accutemperatuur voor zover zichtbaar en weergegeven laadvermogen. Met die gegevens kan de ondersteuning van het automerk of de laadpuntaanbieder gerichter beoordelen wat er gebeurt.
De bruikbaarste tijdsinschatting ontstaat dus niet uit één standaardgetal. Bereken hoeveel energie je wilt toevoegen, neem het laagste vermogen van auto en laadpunt en houd bij snelladen rekening met de aflopende laadcurve. Zo weet je vooraf of een nacht thuisladen nodig is of dat een korte laadstop onderweg voldoende bereik oplevert.